image01_module01

Zolder
kleurpotlood op papier, 29,7 x 21 cm, 2015

image02_module02

Luiken
hout, lakverf, scharnieren, 122 x 160 x 80 cm, 2013

“Deze werkelijkheid is zo dun als papier en verraadt haar namaakkarakter in al haar spleten.”

—uit De kaneelwinkels van Bruno Schulz

Dat wat ik achter me liet werd opgerold en ingeklapt tot opgeslagen duisternis. In groep zes, in het houten bijgebouw, werd ik bang omdat mijn vader, moeder en broer binnen dezelfde verborgenheid verkeerden als al die auto's, bomen, kerk en begraafplaatsen. Angstvallig dacht ik aan mijn slaapkamer: aan de zwarte kater op de bruine lampenkap en de verzameling papiertjes die ik kon eten in tijden van oorlog. Mijn slaapkamer verwerd tot schimmige opslagplaats binnen mijn geheugen. Ik kalmeerde mezelf met de vaste dingen en de wanden van het klaslokaal. Maar deze raakten los zodra ik naar buiten liep. Op de fiets naar huis zag ik waar alles ophield. Door de ramen tot aan de heggen of gesloten gordijnen en in de verte van brandpaadjes. Alles werd uitgeklapt tot hoever ik kon kijken. De vlugheid ervan bespeurde ik in loszittende tegels en bij het stemmen van de tikken in verkeerslichten. Stoeprandputten waren eigenlijk souffleurshokjes van waaruit onze levens zachtjes werden voorgelezen. Eenmaal thuis kon ik na het avondmaal onder de geborgen kraken van het huis gerust gaan slapen. In de nacht werd ik wakker. De hele slaapkamer was gevuld met de donkerte van onder mijn bed. Ikzelf zat opgeslagen in duisternis.

uit Planetarium van mijn beleving, eigen publicatie, 2013

image03_module03

Zwarte doos
karton, boeklinnen, olieverf, 170 x 46 x 35 cm, 2013

image04_module04

Maquette
karton, acrylverf, tape, 17,8 x 30,5 x 17 cm, 2013

image05_module05

papier mens kamer
pastel en grafiet op papier, 23,6 x 19,8 cm, 2013

De mens bevindt zich tussen een vel papier en een kamer. Evenals een vel papier bestaat de mens uit een voor- en achterzijde. De rug kan niet los van de buik en we kunnen niet naar onze eigen kruin kijken. Net als een kamer bevat het lichaam binnenruimte, deze is gevuld daar waar de kamer leeg is. Een kamer bestaat uit tegenover elkaar geplaatste wanden, daardoor staat de mens altijd met zijn rug naar een wand toegekeerd. En zo wordt een kamer tweede huid, waarbinnen de rest buitengesloten is.

uit Planetarium van mijn beleving, eigen publicatie, 2013

image06_module06

Pinokkio
hout, 69 x 17 x 13 cm, 2014

image07_module07

zonder titel
olieverf op karton, 19,5 x 23 cm, 2014

image09_module09

ruimte draadje mens
kleurpotlood en grafiet op papier, 12,9 x 20,8 cm, 2014

image010_module10

Holle wereld
pen op papier, 76 x 76 mm, 2013

image08_module08

De klif
kleurpotlood op matrixpapier, 56 x 24 cm, 2013

Ik dronk koffie in de koffiecorner met uitzicht op de klif. Daar bevonden zich soortgenoten schrijvend op de rand of staand met een boek. Zij gleden onverschillig naar beneden. Ik was radeloos.

De afgrond van de droom zat nog in mijn knieƫn, waardoor ik onvast door de gangen van het ziekenhuis liep. Ik had dienst op de intensieve zorgafdeling en verpleegde koortsijlende, vegeterende en stervende mensen. Zij lagen aan orgaanapparaten, groter dan henzelf, waarmee hun lichamen warm en roze werden gehouden. Plots stopte een hart. Daar kon ik niets aan doen. Uiteindelijk stoppen alle harten in de wereld.

Droomnotitie III uit Planetarium van mijn beleving, eigen publicatie, 2013